03:17
Ik kan niet slapen.
Zuchtend draai ik me om op mijn rechterzijde wetend dat vijf minuten geleden dezelfde beweging geen baat had.
Mijn hoofd is wakker, mijn lijf wil slapen – vreemd gevoel – alsof er twee mensen in mij wonen.

Ik blijf een tijdje hangen in die tweestrijd en beslis uiteindelijk op te staan, glijd stilletjes van onder het deken weg om Stef niet wakker te maken. Eén voet zoekt de vloer die koud aanvoelt. Het parket kraakt als ik probeer op mijn tenen te lopen. Hoe stiller ik stap hoe luider alles klinkt – of is het alleen maar in mijn verbeelding denk ik dan.

Ik blijf even staan om te verifiëren. Een lichte ademhaling doorbreekt de stilte die ik waarneem.

De lucht in de kamer voelt zwaar aan zoals de nacht. Zuurstof ontbreekt.

Ik sluip tot tegen het raam en kijk naar de volle maan. ‘Waw’, denk ik. Ik wil naar buiten, wil de maan voelen. Ik open het raam en snuif de zeelucht op. Mijn longen nemen dankbaar de zuurstof op en ik ben klaarwakker.

Mijn verlangen naar de maan wordt er alleen nog meer door geprikkeld. Ik reik uit naar de maan met mijn handen tot ik ze bijna kan aanraken.

Op blote voeten sluip ik de kamer uit, de trap af. In mijn haast om bij de maan te zijn, merk ik niet dat het tapijt mijn geluid dempt.

De balieverantwoordelijke kijkt me vreemd aan. Dan pas ben ik me bewust van mijn nachtkleed en blote voeten. Ik lach schaapachtig voor ik door de draaideur verdwijn maar stop even omdat ik denk dat hij naar me roept. Ik loop door de koninklijke gaanderijen langs de zuilen die immens lijken en raak ze aan om zeker te zijn dat ik niet droom.

Ik kijk nog even om, zie dat hij me achterna loopt. Zwaaiend roept hij me. Ik voel zijn ogen op mijn rug prikken maar ik huppel lachend de maan tegemoet, ze glimlacht terug.

Ze roept me en ik moet vanonder de gaanderijen komen om haar nog beter te zien. De zuilen geven enorme schaduwen en dat doet me sneller lopen. Mijn hartslag geeft het ritme aan.

De lichten op de dijk worden weerspiegeld in het water op de grond.

Pas als ik het gekraak van de schelpen hoor, ben ik me bewust dat ik op het strand ben. Ik stop even om de koelte van de nacht te voelen. Mijn slaapkleedje wappert. Ik vind het heerlijk, spreid mijn armen en laat de wind alle gedachten meenemen.

Ik loop verder het strand op tot op vaste grond en wacht even om het geluid van de maan te horen. Beeld ik me nu in dat de maan aan het zingen is?

Het is het lied van de wind, het lied van de golven, het lied van de maan en de sterren… ik blijf verwonderd staan tot ik rillingen over mijn rug voel lopen.

Eén voor één komen mijn cellen in beweging. Ik dans het lied van de maan. Sierlijk zoals de golven beweeg ik op het ritme van het lied.

De nacht is koud, het water ook. Ik dans.

EINDE

De nacht / Gerlinde Flo