De milde weldaad van muziek

Misschien begon het wel allemaal aan de Visserskaai.
Daar kwam moeder wel eens,  toen ze jong was. Haar vader was visser en als de boten aanmeerden, moesten de vissen worden gesorteerd. Dat was meisjes- en vrouwenwerk.

Er was ook ambiance aan de Visserskaai, Rina Ketty, de chansonnière woonde er… maar daaraan liep de jonge vrouw voorbij.
Niet dat ze niet hield van dansen. Maar daar waren andere plekken voor.

De danszalen in de Langestraat…. Het was de tijd dat die bruiste van ambiance, lang voor tijd, beleid en omstandigheden de uitgaansbuurt een andere richting opstuurden.
Ze leerde er haar toekomstige kennen: een jongeman uit Brussel.
Oostende is altijd hip geweest bij Brusselaars – tot zover niets nieuws onder de zon.

Hij was een bijzonder man.
Hij kon dansen, ja natuurlijk wel, en hij was uitermate geïnteresseerd in techniek. Zijn familie kende de Storcks goed, de pioniers van de Belgische cinema. Zijn zus, men noemde haar ‘la belle blonde’, was vrienden met prins Karel. Ze ontmoetten elkaar in het chique Groenendaal, of hier, in het mondaine Oostende.
Die jongeman, uit die familie verloor zijn hart aan de jonge Oostendse.
Zij was dan ook even bijzonder.

Ook zij danste. Dansen was als een verhaal voor haar, een gesprek dat ze aanging met de muziek.
Muziek, muziek, muziek. Het stroomde door haar aderen.
Ze speelde piano, had de hele academiecyclus doorlopen. Een vissersmeisje met muziek in de toppen van haar soms rode, dik gezwollen vingers, op de proef gesteld door het koud en nat van de manden verse vis die op verwerking wachtten.

Als de liefde wederzijds is, loert het huwelijk om de hoek. Dat was hier niet anders.
Het jonge echtpaar vestigde zich in de Alfons Pieterslaan en startte er een van de eerste elektrozaken. Specialiteit: radio.

Levensadem

De eerste dochter heette Jeannine, en dan kwam Ange. De meisjes groeiden op in een huis waar muziek alomtegenwoordig was. Er was de focus op radio, dat wonderlijk communicatiemiddel dat de wereld plots zoveel kleiner maakte. En er was ook moeder die zonder aarzelen de piano trouw was gebleven. De dochters groeiden op met Bach en Chopin, en vonden – net als zij – hun weg naar het conservatorium.

Jeannine ademde muziek. Het was haar taal, haar tijdverdrijf, haar studie-onderwerp. Zat ze niet achter de piano, dan zong ze. Want ook haar stem was veelbelovend en ze schoolde die voortdurend bij. Blijdschap was zingen. Emotie was muziek. En bovendien had ze een geheim wapen: ze schreef ook graag. Vooral brieven.

 

Conservatorium

Alle wegen leidden naar de Romestraat. De muziekschool werd ook Jeannines stek. Van de ene pianokruk naar de andere, thuis, op de muziekschool, in de kerk. Als de vingers over de piano zweefden, vergat ze uur en tijd. Alleen het blad, de toetsen, de concentratie… ze tekenden een andere wereld, een vreedzame werkelijkheid in woelige oorlogstijden. Letterlijk. Net had ze het klaslokaal in de muziekschool verlaten als vlakbij een bom insloeg. De piano, waarvan de snaren nog natrilden, werd zwaar beschadigd. Bruuske terugkeer naar een oorlogsrealiteit die voor de familie de Brocas de Lanause nog veel bedreigender zou worden.

De bezetter had het bezit van radio’s ten strengste verboden. Stante pede dienden alle toestellen ingeleverd. Klandestien luisteren werd zwaar bestraft. De radio’s werden ingeleverd, de zaak ging dicht. Maar de bezetter kende de deskundigheid van vader en bleef beroep op hem doen. Wat kon hij doen? Een radio-in-herstel bracht nieuws van het front, er werd gretig naar uitgekeken. Radio luisteren was schaars en gevaarlijk geworden en bracht, niet zonder risico, mensen bijeen. Maar na de oorlog bleken vrienden geen vrienden en buren niet loyaal. Plots heette het collaboratie.

De afrekening was hard. Moeder distantieerde zich. Hem wachtte de gevangenis. Haar de schande. Jarenlang zou de oorlog tussen hen in blijven staan. Maar tijd heelt, ook hier. De jaren zeventig brachten moeder en vader weer samen. Aarzelend, want er was zoveel gebeurd.

Wat ze niet wisten was dat het noodlot nog niet met hen klaar was.

De Kunsten

Veel ging ze niet uit, Jeannine.
Met moeder naar de cinema op zondag. Of een concert in het Kursaal.
Een goede opvoeding verdraagt niet veel losbandigheid.
Een gemis was dat niet. Haar piano, haar schrijverij, ze bepaalden haar wereldbeeld en toekomst.

Het waren de schone letteren die de vonk deden overslaan en de jonge Vandekerkhof uit het verre Limburg de oversteek naar Oostende deden maken. Hij had een artistieke opleiding, net als zij: hij schilderde. Een mooie, lange correspondentie was aan hun trouwerij vooraf gegaan.

Zij studeerde piano. Hij schilderde stillevens en marines.
Een groot werk voor de vergaderzaal van de RMT. Hier en daar een kleine tentoonstelling.
En terwijl hij werkte, speelde zij Schubert en Debussy, bekwaamde zich in Bach, ging helemaal op in Chopin.  Zij zong, nam initiatief in Arte Vocale, begeleidde concerti en speelde solo in het Kursaal. Componeren, nee, die ambitie heeft ze nooit gehad. Dat is een ander métier. Maar de noten wakker spelen, partituren tot leven wekken, improviseren, dat is haar lang leven. Ze ziet een notenbalk, ze hoort de muziek. Eén op één. Dat gaat zo, knip, vanzelf.

Hier, zegt Jeannine, ik heb mijn muziek meegebracht. Uit haar handtas komt geen vinylplaat, cd of usb-stick, maar een partituur.

Orgelpunt

De slag kwam onverwacht. Nu moeder op leeftijd kwam, zag het ernaar uit dat er een rustige oude dag op haar wachtte. Met vader. Want net hadden ze besloten om die samen door te brengen. Het verleden te laten rusten, en de jaren die ze nog voor zich hadden te pakken zoals ze kwamen.

Die avond trof Jeannine haar moeder levenloos aan. Moord. De stoppen doorgeslagen bij een passant waarvoor ze achteloos de deur had geopend. Er kwam nooit antwoord op de vraag waarom. Sindsdien draagt Jeannine een lang proces van niet kunnen vergeten met zich mee. Gelukkig is er de piano. Die helpt. Altijd.

Dat heeft ze ook aan de kinderen gezegd: muziek helpt altijd. Alle vier hebben ze het opgepakt, de hele muziekschool doorlopen, hun eigen weg erin gezocht. Daarom was het niet zo erg dat de vleugelpiano naar één van de dochters verhuisde. Ze is er in goede, gewaardeerde handen.

Jeannine verving ze door een orgel.
Een val met de fiets die haar pink verlamde, haar absoluut gehoor dat verdween toen één kant het opgaf, het dwong haar te relativeren. Rust te vinden in wat nog kan. Ze werd vaste begeleidster van het kerkkoor en speelt in het rusthuis, elke week paraat.
Niet alleen Gregoriaans of repertoire, natuurlijk niet. Ook het lichtere genre. Jeannine speelt van het blad. Het helpt tegen eenzaamheid. Want met de dood van haar man is ze veel verloren. Zoveel jaren samen.

Ze kijkt naar haar handen. Glimlacht, bijna verontschuldigend. Nee, zoveel als vroeger speelt ze lang niet meer. Maar muziek, dat blijft haar rode draad.
Morgen is het weer koningin Elisabethwedstrijd. Daar verheugt ze zich al sinds gisteren over.
Altijd uitkijken naar de milde weldaad van muziek.