‘Mijn ziekte heeft mijn toekomst niet beperkt, maar scherper gesteld.

Ook al leek het even zo, mijn leven is niet voorbij, het heeft aan intensiteit gewonnen.

Zonder haast. Want dat heeft geen zin.

Uitmuntendheid verwerven in traagheid, regelmaat, gewone dingen.

Samen op staan.

Weten

dat je hand op een schouder mag rusten,

dat niet kunnen mag,

dat verwachtingen uit den boze zijn,

maar dat ambities de pan mogen uitswingen.

Mijn ambitie is

om lief te hebben.

Mijn kinderen

en de hare – allemaal de onze.

Haar

om het parcours dat aan vandaag vooraf is gegaan,

om de rollercoasters die wellicht nog wachten.

Liefde voor

het leven zelf.

Omdat het me ondanks alles zo dierbaar is gebleven,

oneindig dierbaar.

Mijn muziek

om mezelf te kunnen blijven ontmoeten,

in mezelf te mogen verdwijnen,

om te verdrinken en weer boven water te komen.

Altijd weer boven water.

Tot de oneindigheid wenkt.

Als de touwen los moeten laten

zal het aan zee zijn…

Op het water, de einder tegemoet

Omdat die niet te bereiken is

Omdat er nooit iets eindig is

Vooral de liefde niet.’